Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 november 2022

Onder 3.12 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 november 2022

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 november 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:232.

Dit betreft vorderingen waarop artikel 21 Fw BES van toepassing is. Het faillissement was namelijk al uitgesproken toen deze vorderingen werden ingesteld in eerste aanleg en het betreft vorderingen, die verplichtingen van de failliete boedel tot onderwerp hebben, maar die niet verifieerbaar zijn (omdat vooralsnog niet is gebleken dat zij voldoening van een verbintenis uit die boedel tot doel hebben). Weliswaar moeten dit soort vorderingen in beginsel tegen de curator worden ingesteld. Anders dan Bopec aanvoert kunnen die vorderingen echter ook tegen de gefailleerde worden ingesteld, omdat deze bevoegd blijft in rechte op te treden. Een veroordeling mist dan wel rechtskracht jegens de boedel (zoals ook valt te lezen in artikel 21 lid 2 Fw BES).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b966767584e64ebe783017d0623d0e5cee9a98b1d48bcf5552b07880731af309. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b966767584e64ebe783017d0623d0e5cee9a98b1d48bcf5552b07880731af309, en de alinea staat in dat document op bytes 18642 tot 19408.