Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 november 2022

Onder 3.17 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 november 2022

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 november 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:232.

Het Gerecht heeft overwogen dat Bopec haar verklaring dat tussen haar en Venezuela geen rechtsverhouding bestaat op grond waarvan zij iets aan Venezuela verschuldigd is voldoende heeft onderbouwd (met een cognossement op naam van PDVSA Petroleo S.A.) en een overeenkomst ter zake opslag (waarin PDVSA Petroleo S.A. als opdrachtgever is vermeld), zodat deze verklaring de betwisting kan weerstaan. De stellingen van Huntington zien niet op de rechtsbetrekking van Bopec met haar opdrachtgever, maar op de vraag of een ander dan de opdrachtgever als eigenaar van de opgeslagen olie heeft te gelden. Daarmee ‘overvraagt’ Huntington Bopec als derdebeslagene, die op grond van artikel 476a lid 2 sub a Rv BES alleen hoeft te verklaren ‘of zij al dan niet iets aan de geëxecuteerde verschuldigd is of uit een ten tijde van het beslag bestaande rechtsverhouding zal worden of zij al dan niet iets voor deze onder zich heeft’, aldus het Gerecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b966767584e64ebe783017d0623d0e5cee9a98b1d48bcf5552b07880731af309. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b966767584e64ebe783017d0623d0e5cee9a98b1d48bcf5552b07880731af309, en de alinea staat in dat document op bytes 22280 tot 23240.