Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 augustus 2023

Onder 3.4 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 augustus 2023

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 augustus 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:155.

De mogelijkheid om gebruik te maken van het in art. 4 lid 2 LvD bedoelde rechtsmiddel van verzet laat onverlet dat het invorderingsrecht waarop het dwangschrift ziet, ook aan de orde kan worden gesteld in een gewone civiele procedure (vergelijk: HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:350). Het is ook mogelijk in kort geding een executiegeschil aan de orde te stellen op de voet van art. 438 Rv (vergelijk advocaat-generaal E.M. Wesseling-van Gent, ECLI:NL:PHR:2018:1424, 3.30-3.31). Dit is een dergelijk executiegeschil. Art. 4 lid 4 LvD staat daar niet aan in de weg. Daarom faalt het beroep van de Ontvanger op die bepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a41706f737e4b152a40afcdc2ec515c02a70a7fa6f4a16659a3cd685b8790948. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a41706f737e4b152a40afcdc2ec515c02a70a7fa6f4a16659a3cd685b8790948, en de alinea staat in dat document op bytes 11715 tot 12351.