Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 augustus 2023
Onder 3.17 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 augustus 2023
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 augustus 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:155.
Onderscheid moet worden gemaakt tussen de belastingschuldige en de hoofdelijk aansprakelijke bestuurder. Art. 10 lid 1 LvIDB spreekt uitsluitend van “belastingschuldigen”. Daarom moet voorshands worden geoordeeld dat het legaliteitsbeginsel zich ertegen verzet dat deze bepaling overeenkomstig wordt toegepast op hoofdelijk aansprakelijke bestuurders. Indien daarover al anders dient te worden geoordeeld, moet in elk geval voorshands geoordeeld worden dat de Ontvanger pas bevoegd is een vordering als bedoeld in die bepaling met betrekking tot een hoofdelijk aansprakelijke bestuurder in te dienen, nadat hij deze heeft aangesproken tot betaling van de belastingschuld, een redelijke termijn voor de betaling van de belastingschuld heeft gesteld en betaling binnen die termijn is uitgebleven. Hieraan voldoet de op 17 mei 2022 ingediende vordering niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a41706f737e4b152a40afcdc2ec515c02a70a7fa6f4a16659a3cd685b8790948. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a41706f737e4b152a40afcdc2ec515c02a70a7fa6f4a16659a3cd685b8790948, en de alinea staat in dat document op bytes 22282 tot 23154.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a41706f737e4b152a40afcdc2ec515c02a70a7fa6f4a16659a3cd685b8790948 | shasum -a 256