Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 oktober 2024

Onder 3.13. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 oktober 2024

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 29 oktober 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:233.

Het Hof houdt in deze bodemzaak vast aan dit in kort geding door hem gegeven oordeel. Artikel 4 Landsverordening dwanginvordering ziet op verzet door de belastingschuldige en dat is in dit geval niet [appellant]. Er bestaat geen bepaling (zoals artikel 52 van de Nederlandse Invorderingswet 1990 ) inhoudende dat een aansprakelijk gestelde, zoals [appellant], tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel inzake de invordering van een aansprakelijkheidsschuld in verzet kan komen op overeenkomstige wijze als een belastingschuldige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38446a44a9339ca68c4fff0d4195d167a0660557c33e8cab5537f320eba0c99f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38446a44a9339ca68c4fff0d4195d167a0660557c33e8cab5537f320eba0c99f, en de alinea staat in dat document op bytes 27326 tot 27906.