Citaat | Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11 juli 2014
Onder 5.11 Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11 juli 2014
Een alinea uit Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11 juli 2014, ECLI:NL:ORBBACM:2014:21.
Wat de charged payroll expenses betreft, overweegt de Raad als volgt. In de MA is voorzien dat het (gewone) hotelpersoneel in dienst van de LP zal treden en dat, derhalve, deze kosten rechtstreeks ten laste van de LP zullen komen. In de uitvoering van deze bepaling is door belanghebbende en de LP voor een andere constellatie gekozen, waarbij het personeel in dienst is (gebleven) van DX. Naar moet worden aangenomen is dit een en ander met wederzijds goedvinden van belanghebbende en de LP geschied; de huidige regeling, waarbij alle werkelijke kosten van DX ter zake van het hotelpersoneel (zonder winstopslag) via belanghebbende aan de LP worden doorbelast, leidt de facto tot hetzelfde resultaat als voorzien in de MA. In zoverre vervult belanghebbende hier, naar zij heeft gesteld, - wel - een ‘zuivere doorgeeffunctie’; zij treedt daarbij kennelijk op als agent voor de LP en daarom zijn de charged payroll expenses aldus naar het spraakgebruik en ook boekhoudkundig een ‘doorlopende post’: belanghebbende ontvangt deze bedragen als terugbetaling van kosten welke zijn gemaakt voor rekening van de LP en zij ‘lopen’ uitsluitend ‘door’ de boekhouding van belanghebbende. Teneinde voor de BBO te worden aangemerkt als doorlopende posten, is echter tevens vereist dat de desbetreffende kosten in naam van de LP zijn gemaakt (dat wil zeggen, dat er een rechtsverhouding bestaat tussen de LP en DX) en daarvan is bij (de uitvoering van) de SecA geen sprake. Belanghebbende heeft te dezen nog verwezen naar (artikel 79 onderdeel c van) de Europese BTW-Richtlijn (richtlijn 2006/112/EG), doch ook blijkens de bewoordingen van dat artikelonderdeel moet de ondernemer optreden in naam van zijn opdrachtgever. De Raad merkt in dit verband nog op dat het in Nederland tot 1 januari 2005 geldende beleid ter zake van zogeheten verschotten (ook) op dit punt niet conform de Europese regeling was en is vervallen. De Raad acht het, mede gelet op de tekst van artikel 3 Lvo BBO dan ook geraden in deze aan te sluiten bij de Nederlandse regelgeving en jurisprudentie. Bij gebreke van een rechtsverhouding tussen de LP en DX kunnen mitsdien ook de charged payroll expenses niet als een doorlopende post worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72d1eb8ad87181d3630f916f430521e0146a97885c7f8dab1159713c9db68481. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72d1eb8ad87181d3630f916f430521e0146a97885c7f8dab1159713c9db68481, en de alinea staat in dat document op bytes 26659 tot 29005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72d1eb8ad87181d3630f916f430521e0146a97885c7f8dab1159713c9db68481 | shasum -a 256