Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 december 1920
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 31 december 1920
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 december 1920, ECLI:NL:PHR:1920:2.
Men denkt daarbij dus niet alleen aan opsporingswerk, maar wel degelijk ook aan exploitatie. En als dan art. 15 zegt, dat de concessieaanvrager ook „le cas arrivant de travaux à faire sous les maisons ou lieux d'habitation etc. doit donner caution de payer toute indemnité, en cas d'accident", dan zie ik geen reden, die verplichting te beperken tot het tijdperk dat aan het verleenen der concessie vooraf gaat, integendeel, dan lijkt mij het verband er op te wijzen, dat ook bij artikel 15 mede is gedacht aan het tijdvak van de eigenlijke mijnontginning. Maar met het Hof zou ik op de in de 4de en 5de rechtsoverweging aangegeven gronden meenen, dat onder „toute indemnité" te verstaan is elke schadevergoeding, krachtens het bestaande recht verschuldigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adb6a47b010ddccb4cc5d65663e13804e8c9caeb7cc4794133f7d2902410ffe3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adb6a47b010ddccb4cc5d65663e13804e8c9caeb7cc4794133f7d2902410ffe3, en de alinea staat in dat document op bytes 11585 tot 12362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/adb6a47b010ddccb4cc5d65663e13804e8c9caeb7cc4794133f7d2902410ffe3 | shasum -a 256