Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 december 1920

Alinea 7 Parket bij de Hoge Raad 31 december 1920

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 december 1920, ECLI:NL:PHR:1920:2.

Te dien aanzien stelt het Hof nu vast, dat in de mijn Carl alleen „,de Maatschappij" het beheer voert en zij alleen alles, zoowel werkwijze als toezicht, regelt,- waarmede ongetwijfeld eene feitelijkheid is vastgesteld. Voorts wordt - mede feitelijk - geconstateerd, dat in den regel elke verzakking te voorkomen is, mits de exploitant de noodige voorzorgen neemt en daarop voortdurend toezicht houdt. In den regel. Het Hof sluit dus niet de mogelijkheid uit, dat het bij uitzondering eene hoogst enkele maal anders zoude zijn en dus ook niet, dat zulks hier het geval zou kunnen wezen, maar het Hof maakt uit de omstandig- beid, dat bij het nemen van de noodige voorzorgen en het voortdurend daarop toezicht houden door den exploitant, als regel verzakking wordt voorkomen, de gevolgtrekking, dat ook in dit geval de verzakking gevolg is van verzuim van voorzorgen nemen en toezicht uitoefenen en dan wel van verzuim bij de maatschappij, omdat deze en deze alleen de noodige voorzorgen kon en dus moest nemen en het noodige voortdurend toezicht daarop kon en moest uitoefenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adb6a47b010ddccb4cc5d65663e13804e8c9caeb7cc4794133f7d2902410ffe3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adb6a47b010ddccb4cc5d65663e13804e8c9caeb7cc4794133f7d2902410ffe3, en de alinea staat in dat document op bytes 5563 tot 6655.