Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 1923

Alinea 5 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 1923

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 1923, ECLI:NL:PHR:1923:2.

doordien bij het aangevallen arrest het vonnis der Rechtbank te Rotterdam van 3 November 1919 is bevestigd op dezen grond, dat de aard en de bestemming van de aan eischeres in cassatie in eigendom toebehoorende dijksdeelen, waaromtrent de zorg van instandhouding berust bij het hoogheemraadschap van Schieland, het recht van eigendom beperkt, immers medebrengt, dat die gronden als waterkeerende dijk worden onderhouden en, wanneer dit voor het zijn van waterkeerenden dijk noodig is, in zoodanigen staat door verzwaring en verhooging worden gebracht, dat zij het karakter behouden van te zijn een dijk, die aan deze bestemming van waterkeering beantwoordt, zoodat eischeres in cassatie gedoogen moet, dat die gronden ondergaan die veranderingen, die de bevoegde autoriteit noodig heeft te maken om den dijk te doen beantwoorden aan zijn bestemming,

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96d5eeb93f5ca5a895ca80918e7fe23748397acb046e78f8d0173a6edfdef5cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96d5eeb93f5ca5a895ca80918e7fe23748397acb046e78f8d0173a6edfdef5cb, en de alinea staat in dat document op bytes 5931 tot 6793.