Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1935
Alinea 4 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1935
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 1935, ECLI:NL:PHR:1935:4.
"S., althans v. t. van artt. 20 R. O., 1356, 1371, 1372, 1373, 1374, 1493, 1494, 1495, 1902, 1903, 1932, 1935, 1941, 1943, 1945 B. W., 48, 59, 103, 109, 200, 332, 347, 348, 349, 355 Rv., omdat het Gerechtshof rechtdoende in hooger beroep zijn arrest niet naar den eisch der wet met redenen heeft omkleed, waar het Hof overweegt, dat wat er zij van de tweede in appèl aangevoerde grief, zijnde dat de Rechtbank het in eersten aanleg aangeboden getuigenbewijs heeft gepasseerd, deze den appellant niet kan baten nu hij in hooger beroep geen getuigenbewijs heeft aangeboden, waar al ware inderdaad geen bewijs aangeboden, quod non, dan nog het simpele feit van een dergelijk gebrek aan aanbod het Hof niet kon weerhouden een dergelijk bewijs op te dragen kunnende deze overweging dus niet strekken tot motiveering van de genomen beslissing terwijl daarenboven volgens requirants meening een dergelijk aanbod wel is geschied, daar de zinsnede in de memorie van grieven "In ieder geval had het aangeboden bewijs moeten worden toegelaten" een dergelijk aanbod behelst".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a29115e3c9987614abe054cd1d187b7591adcc53ef175201acaf3d50353edb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a29115e3c9987614abe054cd1d187b7591adcc53ef175201acaf3d50353edb9, en de alinea staat in dat document op bytes 4143 tot 5220.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a29115e3c9987614abe054cd1d187b7591adcc53ef175201acaf3d50353edb9 | shasum -a 256