Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936, ECLI:NL:PHR:1936:3.

dat Amsterdam geen voldoende feitelijke grondslag heeft gesteld, immers wel een motief heeft aangevoerd, waarom [betrokkene 1] tot de betaling overging, maar in het midden heeft gelaten ter kwijting van welke verbintenis [betrokkene 1] betaald heeft, om dan door te bewijzen dat deze verbintenis niet rechtens bestond, tot de onverschuldigdheid der betaling te geraken;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694, en de alinea staat in dat document op bytes 6289 tot 6671.