Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936, ECLI:NL:PHR:1936:3.
Heeft nu [betrokkene 1], zooals in het bestreden arrest is vastgesteld, de bedoelde gelden uitgekeerd ingevolge de meergenoemde akte, waarbij de wil om te schenken ontbrak, dan volgt daaruit m. i., dat - tenzij bij het doen dier uitkeeringen van eenen inmiddels veranderden wil van [betrokkene 2] mocht zijn gebleken - aan de uitkeering dier gelden ook niet kan worden toegekend het karakter van giften van hand tot hand in den zin van art. 1724 B. W. De steller van het middel, bewerende, dat zulks wel het geval zoude zijn, op grond van het enkele feit, dat die gelden nadien door [betrokkene 1] „om niet" zouden zijn gegeven en door den eischer in cassatie en zijn rechtsvoorganger als zoodanig zouden zijn geaccepteerd, ziet dan ook, - daargelaten, of bij het door het Hof gelegde verband tusschen de verplichting, welke [betrokkene 2] voornoemd bij de meergemelde akte op zich had genomen, en de uitkeering der gelden, deze laatste handeling wel als eene handeling „om niet" zoude kunnen worden beschouwd -, naar het mij voorkomt, voorbij, dat de gift van hand tot hand, evenals elke andere schenking, hare oorzaak moet vinden in „vrijgevigheid" (vg. H. R. 8 April 1927 W. 11663, N. J. 1927, 1202), hetgeen ten deze niet het geval is, waar het Hof feitelijk besliste, dat [betrokkene 1] ook bij de afgifte der gelden niet den wil tot schenking heeft gehad, hetgeen het Hof met name kon en mocht afleiden uit het feit, dat genoemde [betrokkene 2], toen hem bekend werd, dat de akte hem niet kon ginden, die akte heeft herroepen en geweigerd heeft verdere uitkeeringen te doen. Uit dit feit blijkt immers zonneklaar, dat bij [betrokkene 1] tijdens het uitkeeren der gelden aan zijne broers en zusters geen andere bedoeling heeft voorgezeten, dan bij het opmaken der akte, waarbij volgens het Hof de wil tot schenken ontbrak, en de uitkeering slechts geschiedde, omdat [betrokkene 2] zich ten onrechte door die akte daartoe verplicht rekende. Waar alzoo geene giften van hand tot hand zijn tot stand gekomen, kon er ook geen sprake zijn van op grond van dwaling vernietigbare giften. Onderdeel I van het middel zal daarom m. i. niet tot cassatie kunnen leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694, en de alinea staat in dat document op bytes 15725 tot 17906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694 | shasum -a 256