Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936, ECLI:NL:PHR:1936:3.
Hetzelfde geldt, naar het mij toeschijnt, voor de onderdeelen II en III, die beide - gelijk uit het vorenbetoogde volgt - geheel ten onrechte aan het Hof verwijten, van eene onjuiste beteekenis van de rechtsbegrippen „schenking" of „gift van hand tot hand" te zijn uitgegaan, terwijl m. i. juist integendeel blijkt van eene onjuiste opvatting daaromtrent bij eischer, die kennelijk vergeet, dat voor schenking in welken vorm dan ook, onmisbaar vereischte is, dat zij hare oorzaak vinde in vrijgevigheid d. i. in de bedoeling van den gever om onverplicht de wederpartij te verrijken. (Zie onderschrift P. S. onder voormeld arrest van Uwen Raad van 28 Nov. 1935 N. J. 1936, blz. 309).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694, en de alinea staat in dat document op bytes 17912 tot 18611.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694 | shasum -a 256