Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 1936, ECLI:NL:PHR:1936:3.

dat [betrokkene 1] zich bij notarieele acte verbonden had, wanneer hij stukken grond, in deze acte genoemd, geheel of gedeeltelijk met winst zou verkoopen, hij zijn broers en zusters op de wijze, in die acte omschreven, in de winst zou doen deelen; dat toen de bewuste verkoopen met winst hadden plaats gehad, hij aan de broers en zusters het aandeel, dat hun volgens die acte zou toekomen, heeft uitbetaald; dat de betalingen hebben plaats gehad uit hoofde van de voormelde vermeende verplichting, van welke later is gebleken, dat zij niet bestond, zijnde de verbintenis, krachtens welke [betrokkene 1] betaalde, nietig en van onwaarde; terwijl bovendien is uiteengezet waarom en op welke wijze [betrokkene 1] tot het teekenen der acte is overgegaan

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e13d481badc827e8be0ecdecbfd18ab6a708e57dc818d9c6708d3852012f8694, en de alinea staat in dat document op bytes 4695 tot 5458.