Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 mei 1950
Alinea 4 Parket bij de Hoge Raad 26 mei 1950
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 mei 1950, ECLI:NL:PHR:1950:1.
De middelen komen mij gegrond voor. Vooreerst kan ik aan eiser toegeven dat de Rechtbank het probleem niet geheel juist stelt door te vragen, waarom het aan de verkoper niet geoorloofd zou zijn uitsluiting van de vrijwaring voor verborgen gebreken te bedingen, ook wanneer hij een gebrek kent en dit voor de koper verzwijgt. Immers, het maken van het beding is op zichzelf niet geoorloofd en ook is het beding onder de genoemde omstandigheden niet in zijn geheel krachteloos. Het mist enkel uitwerking voorzover de koper bewijst dat de verkoper het gebrek gekend en hem daarvan onkundig gelaten heeft. Dit is niet alleen de opvatting van Opzoomer, Diephuis en Hoffmann, die pleiter voor eiser aanhaalde, maar ook van blz. 41 en Land - Star Busmann V, blz. 85. v. Brakel, Verbintenissenrecht II, 2e dr., blz. 41 en Land-Star Busmann V, blz. 85. De woorden "in dat geval" in artikel 1542 B.W. dwingen ook vrijwel tot deze mening, die bovendien met de gerechtigheid het meest in overeenstemming is. Anders oordelen Pitlo, Verbintenissenrecht, blz. 385 en Asser- Kamphuisen blz. 118. Alleen de laatste motiveert zijn mening, maar schijnt mij toe daarbij uit het oog te verliezen dat ook de uitdrukkelijke mededeling van de verkoper, dat hij niet voor verborgen gebreken instaat, de koper niet veel baat wanneer die gebreken inderdaad verborgen zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/77fa42bf7a9470549caf5783c91b9b05291fb0b0fc5f58d1451485a769ad2d6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 77fa42bf7a9470549caf5783c91b9b05291fb0b0fc5f58d1451485a769ad2d6a, en de alinea staat in dat document op bytes 3955 tot 5313.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/77fa42bf7a9470549caf5783c91b9b05291fb0b0fc5f58d1451485a769ad2d6a | shasum -a 256