Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 1953

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 1953

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 1953, ECLI:NL:PHR:1953:1.

En bij de afweging van de bij de beantwoording van deze vraag betrokken belangen, behoren m.i. niet uitsluitend de belangen van de nagevolgde en de navolger in aanmerking te worden genomen, maar ook - en in sterke mate - het algemeen belang, dat vereist dat het goede en nuttige wordt nagevolgd en nagedaan, en aldus ten algemenen nutte in praktijk wordt gebracht, al vereisen het algemeen belang en de rechtvaardigheid anderzijds erkenning van de rechten van de scheppende mens op de vruchten van zijn schepping, voorzover het eerst-vermeld belang zulks toelaat (verg. de noot van B. M. Telders onder het vermelde vonnis van de Pres. der Rb. Rotterdam van 30 Jan. 1936). Een monopolistisch recht, verbonden aan het product van eigen geestelijke inspanning en finantiële opoffering, behoort m.i. dan ook - in het algemeen belang - zowel wat de inhoud als wat de duur van dit recht betreft, bepaald en beperkt te worden. En dit geschiedt dan ook aldus in de wetten op de "immateriële eigendom", en kan bezwaarlijk anders dan bij wet met voldoende bepaaldheid geschieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0e99a39867b9522fe2711428ced6c484be182d7d8c790f04af9eb89dabf112d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0e99a39867b9522fe2711428ced6c484be182d7d8c790f04af9eb89dabf112d, en de alinea staat in dat document op bytes 18118 tot 19202.