Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 1956
Alinea 5 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 1956
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 1956, ECLI:NL:PHR:1956:3.
Hieraan doet niet af, dat req., naar zij zegt, op het moment van die weigering in de onmogelijkheid verkeerde die afgifte van het kind direct te bewerkstelligen, daar het kind elders zou zijn ondergedoken. Immers blijkt niet uit de stukken, waarvan Uw Raad kennis neemt, dat zij toen met de verblijfplaats van het kind niet bekend was en die verblijfplaats ook niet te weten kon komen, noch ook, dat zij niet in staat was het kind te doen terugkeren. Integendeel blijkt daaruit dat zij die verblijfplaats kende doch die geheim wenste te houden. Niet de afwezigheid van de minderjarige was hier beslissend, doch de onwil om haar te doen komen waar zij behoorde te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccba13ba09373dc60bb9b7aaccc14181d7a521a3e37728ea928222f32497ba2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccba13ba09373dc60bb9b7aaccc14181d7a521a3e37728ea928222f32497ba2f, en de alinea staat in dat document op bytes 6021 tot 6702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccba13ba09373dc60bb9b7aaccc14181d7a521a3e37728ea928222f32497ba2f | shasum -a 256