Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958, ECLI:NL:PHR:1958:8.

Middel I , klaagt, dat het Hof, terwijl zekere [getuige 1] voorkwam op de in appel overgelegde lijst, als bedoeld in art. 282 Sv., niet overeenkomstig dit wetsvoorschrift heeft bevolen, dat laatstgenoemde tegen een door het Hof nader te bepalen tijdstip zou worden gedagvaard of opgeroepen, waartoe het Hof gehouden was, omdat requirante niet had toegestemd in het afzien van het verhoor van genoemde [getuige 1] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb, en de alinea staat in dat document op bytes 6106 tot 6578.