Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958, ECLI:NL:PHR:1958:8.
In het algemeen wordt, dunkt mij, aan een dagvaarding als deze niet de eis gesteld, dat zij, met name als het medeplegen wordt ten laste gelegd, elke bijdrage opgeeft, die iedere deelnemer in het totstandgebrachte feit heeft geleverd. Art. 261 Sv. verzet zich m.i. niet tegen een meer globale samenvatting van het geheel der gedragingen, welke het medeplegen constitueren. De in middel III, onderdeel a, ontwikkelde grief acht ik dus niet steekhoudend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb, en de alinea staat in dat document op bytes 10484 tot 10949.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb | shasum -a 256