Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958, ECLI:NL:PHR:1958:8.

M.i. heeft de steller der dagvaarding het woord "hetwelk", dat een meer in bijzonderheden tredende omschrijving van de telastegelegde uitlokking inleidt, betrokken en willen laten slaan op de eerder in de telastelegging genoemde "beloften of een belofte en/of ..... het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen" en beheerst de voorop gestelde tijd en plaats der uitlokking, zomede de opgave, dat beiden, requirante en [medeverdachte] "tezamen en in vereniging, althans ieder afzonderlijk" hebben gehandeld, het gedeelte, dat volgt na het woord "hetwelk" en eindigt met de woorden "ter hand hebben (heeft) gesteld". Deze lezing lijkt mij verenigbaar met de bewoordingen en de strekking der telastelegging, waarin, als zij aldus gelezen wordt, de door "hetwelk" verbonden delen niet tegenstrijdig behoeven te zijn en de tot tweemaal toe daarin voorkomende woorden "of een hunner" als een alternatief kan worden opgevat ten opzichte van het "tezamen en in vereniging, althans ieder afzonderlijk", dat herhaald mag worden geacht achter het woord "hetwelk". Ik merk overigens op, dat in feitelijke aanleg de telastelegging alleszins duidelijk en begrijpelijk geacht moet zijn. In het tegenovergestelde geval zou, dunkt mij, een beroep gedaan zijn op de nietigheid der dagvaarding. Uit de desbetreffende stukken blijkt daarvan niet. Ik meen derhalve, dat onderdeel b van het derde middel geen doel treft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb, en de alinea staat in dat document op bytes 10955 tot 12382.