Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958, ECLI:NL:PHR:1958:8.

Requirante doet aanvoeren, dat het bewezen verklaarde medeplegen van moord (door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ) en de bewezenverklaarde uitlokking daarvan door een belofte van geld voor het geval beiden ( [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ) of een van hen een moord zou plegen, tegenstrijdig is, omdat uitlokking tot het medeplegen van moord door het beloven van geld alleen kan worden bewezen verklaard, "als tevens wordt bewezen verklaard, dat deze toezegging is geschied, voor het geval zij tezamen de moord zouden plegen".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb, en de alinea staat in dat document op bytes 14285 tot 14827.