Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958, ECLI:NL:PHR:1958:8.

Gaat men met middel VI, onderdeel 6 , uit van het feit, dat de revolver met patronen eenmaal is overhandigd, dan rijst de vraag, of [betrokkene 1] en [betrokkene 2] door deze verschaffing van de revolver wel zijn bewogen tot het begaan van het principale feit. Vanwege requirante wordt zulks betwist: uit de bewijsmiddelen vloeit voort, zo wordt betoogd, dat, terwijl die verschaffing van de revolver op 18 augustus in 1956 is geschied, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] tot hun daad pas op 19 augustus 1956 zijn bewogen, nl. door de toezegging van requirante aan laatstgenoemden, dat zij voor de moord geld zouden krijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb, en de alinea staat in dat document op bytes 17379 tot 18051.