Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958, ECLI:NL:PHR:1958:8.

Requirante gaf o.m. op: "Nadat [betrokkene 2] en [betrokkene 1] mij hadden gevraagd een afspraak te maken om mij te spreken, ben ik op zondagmorgen 19 augustus 1956 met hen in een café bij de [a-straat] te [plaats] gegaan. [medeverdachte] had mij gezegd dat hij hun ieder f. 20.000, had beloofd als zij mijn man zouden van kant maken en ik moest dat voor hem bevestigen. Ik heb toen de belofte van voormeld bedrag aan hen bevestigd".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb, en de alinea staat in dat document op bytes 23191 tot 23684.