Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958, ECLI:NL:PHR:1958:8.

Voor zover nu het negende onderdeel van middel VI aanvoert, dat uit de meerbedoelde, door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aan de Rechter-Commissaris afgelegde, verklaringen alleen volgt "de gezamenlijkheid van het plan om te beroven", dat voorts uit de bewijsmiddelen van een gezamenlijke uitvoering van de moord niet blijkt, dat tenslotte de door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ter terechtzitting van [betrokkene 4] afgelegde getuigenverklaringen tegenstrijdig zijn met de inhoud van de opgemelde processen-verbaal van de Rechter-Commissaris, is dit onderdeel m.i. niet gegrond, als berustende op een uitleg van de desbetreffende verklaringen en processtukken, welke m.i. niet als juist kan worden aanvaard, waarbij ik - voorzoveel nodig - nog moge opmerken, dat het door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gegeven relaas van de uitvoering van de moord wijst op een dermate nauwe samenwerking daarbij, dat m.i. reeds daarom gesproken zou mogen worden van een gezamenlijke uitvoering van de moord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb, en de alinea staat in dat document op bytes 34240 tot 35251.