Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 1958, ECLI:NL:PHR:1958:8.
Middel XIII stelt terecht, dat de door het Hof gegeven qualificatie onjuist is. Deze zal m.i. aldus dienen te luiden: "medeplegen van het door beloften en door het verschaffen van middelen opzettelijk uitlokken van het medeplegen van moord." Van samenloop van strafbare feiten, bepaaldelijk van strafbare uitlokkingen is hier m.i. geen sprake. Wel doet zich hier m.i. een samenloop voor van beloften en het verschaffen van middelen maar dit is evenmin een samenloop van strafbare feiten als wanneer iemand b. v. zowel door het aannemen van een valse hoedanigheid, als door een listige kunstgreep gecombineerd met een samenweefsel van verdichtselen een ander oplicht. Ook in dit geval is slechts één oplichting gepleegd. Waar afgezien van middel XIII geen der voorgestelde middelen m.i. zal kunnen slagen, concludeer ik, dat Uw Raad het cassatieberoep zal verwerpen, s' Hofs beslissing ten aanzien van de qualificatie zal vernietigen en in zoverre opnieuw rechtdoende, aan het feit de rechtskundige benaming zal geven van het "medeplegen van het door beloften en door het verschaffen van middelen opzettelijk uitlokken van het medeplegen van moord".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb, en de alinea staat in dat document op bytes 40919 tot 42083.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e64fd15ada74b29f5dcee233dbe107372b4ee4893ae690d3dd4b11ab1bc639eb | shasum -a 256