Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960, ECLI:NL:PHR:1960:3.

Ik stel mij voor, naar aanleiding van het voorgestelde cassatiemiddel achtereenvolgens na te gaan, vooreerst of art. 2 der Beschikking zich verdraagt met art. 7 der Grondwet, zoals dit door de Hoge Raad wordt verstaan , vervolgens , of dit artikel de toets kan doorstaan van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (verder aan te duiden als: Tractaat) en, ten slotte , of art. 2 der Beschikking een verbod behelst, dat gesteld is uit kracht van de Vestigingswet Bedrijven 1954.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c, en de alinea staat in dat document op bytes 6106 tot 6789.