Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960, ECLI:NL:PHR:1960:3.

Mijn ambtsvoorganger, de advocaat-generaal Patijn, betoogde met klem van redenen, dat art. 9, lid 2, der verordening hoegenaamd niets te maken had met de aan de ingezetenen verzekerde drukpersvrijheid en dat dit bleek uit de bedoeling van het artikel, hetwelk geplaatst was in het hoofdstuk ‘’openbare orde en veiligheid". Hij wees Uw Raad op het arrest der verenigde kamers van het Belgische Hof van Cassatie d.d. 8 juni 1892 (opgenomen in W.6258), waarbij werd beslist, dat een plaatselijke politieverordening, houdende verbod om op de openbare straat gedrukte geschriften te verkopen zonder verlof van de burgemeester, niet ongrondwettig is . De stem van mijn ambtsvoorganger vond geen gehoor bij UW Raad, die, op 23 maart 1896, met volstrekte handhaving van de leer, gehuldigd bij het arrest van 7 november 1892, bij de verwerping van het cassatieberoep vooropgesteld, "dat het toch, gelijk bij het bestreden vonnis terecht is aangenomen, bij de toetsing van het verbod der plaatselijke verordening aan art. 7 der Grondwet aankomt op de inhoud en niet op het motief van dat verbod" (W. 6783, m.n. Red.). De Hoge Raad onthoudt zich hier welbewust van een onderzoek naar de vraag, of een verordening van de lagere wetgever, waarin zekere verspreidingsdaad van een vergunning afhankelijk wordt gesteld, al dan niet is vast gesteld in verband met een mogelijke censuur op de inhoud van het geschrift, waarop het voorgeschrift betrekking heeft. Uw College acht derhalve, waar het gaat om de verbindendheid van een voorschrift van de lagere wetgever, waarbij een verspreidingsmiddel van een voorafgaand verlof der overheid afhankelijk wordt gesteld, een mogelijk verband met praelabele censuur op de inhoud van het voortbrengsel van de drukpers, irrelevant. Bij toetsing van zodanig voorschrift aan art. 7 der Grondwet speelt het motief van het voorschrift dus geen rol. Ik moge te dezer plaatse herinneren aan het woord van Thorbecke, dat het eerste deel van art. 225 der Grondwet van 1840 (thans art. 7 der Grondwet), ''dat openbaring door de drukpers aan gene afhankelijkheid van verlof gebonden wil zien, een bij uitnemendheid grondwettig beginsel (is)'', Aant. op de Grondwet, tweede deel, 2e dr. (1843), p. 298.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c, en de alinea staat in dat document op bytes 13417 tot 15754.