Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960, ECLI:NL:PHR:1960:3.

Het arrest van 23 maart 1896 is m.i. kwalijk te verenigen met de opvatting dergenen, die leren, dat de jurisprudentie van Uw Raad over de vraag, in hoeverre de voorschriften van de lagere wetgever ten aanzien van een verspreidingsmiddel (de boekverkoop, het bedrijfsmatige uitlenen van boeken) zich verdragen met art. 7 Der Grondwet, tot de conclusie leidt, dat voorschriften van de lagere wetgever, welke het uitoefenen van een voorafgaande censuur op de inhoud van de te verspreiden geschriften niet inhouden, niet beogen of niet mogelijk maken, toelaatbaar moeten worden geacht. (cf. Dresen, t.a.p. pag. 213 e.v.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c, en de alinea staat in dat document op bytes 15760 tot 16390.