Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960, ECLI:NL:PHR:1960:3.
Ik houd het bestreden arrest voor juist, terwijl ik — mij met betrekking tot de thans gerezen controverse scharende aan de zijde van de hoogleraren van den Bergh en van Wijk (men zie de publicatie van Van den Bergh in het ‘’Nieuwsblad voor de Boekhandel" d.d. 5 februari 1959 en die van Van Wijk in ‘’De Christelijke Kruidenier" van 11 december 1958 en 19 februari 1959) — de opvatting, welke ten grondslag ligt aan het cassatiemiddel, niet verenigbaar acht met art. 7 der Grondwet, zoals de Hoge Raad dit verstaat. Ik neem dit standpunt met te meer Vrijmoedigheid in, nu ook Donner, de tegenwoordige president van het Hof der Europese Gemeenschappen er ernstig aan twijfelt, of de jurisprudentie te dezer zake wel de conclusie wettigt, dat een vergunningsstelsel ten aanzien van een verspreidingsmiddel aanvaardbaar is, wanneer de vergunning geen censuur op de inhoud van een voortbrengsel van de drukpers beoogt of mogelijk maakt (cf. diens bijdrage ‘’De leesbibliotheekverordeningen" in Bestuurswetenschappen, jrg. 1948, p. 161).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c, en de alinea staat in dat document op bytes 19349 tot 20410.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c | shasum -a 256