Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960, ECLI:NL:PHR:1960:3.

Neemt men aan, dat het Tractaat een ieder verbindende bepalingen, als bedoeld in art. 66 der Grondwet, bevat en dat art. 10 van het Tractaat een zodanige verbindende bepaling is, dan zou ingevolge dit artikel der Grondwet het voorschrift van art. 2 der Beschikking geen toepassing mogen vinden, omdat deze toepassing m.i. onverenigbaar zou zijn met art. 10 van het Tractaat, een overeenkomst, welke vóór de totstandkoming van de Beschikking is aangegaan. Ik meen goed te doen hierop de aandacht te vestigen, daartoe bepaaldelijk aanleiding vindende in de door een vertegenwoordiger van het Departement van Economische Zaken voor het Gerechtshof te Arnhem in de zaak - R.W. Kettelarij als getuige-deskundige geuite mening, ‘’dat het Tractaat niet van belang zou zijn voor de grondwettelijke vrijheid van drukpers in ons land, waar die vrijheid reeds lang in de Grondwet is verankerd". Het Tractaat is m.i. ook in zoverre van belang voor de grondrechten als voorwerp van de nationale wetgeving, dat het — naar luid van de authentieke Engelse tekst van art. 60 — niet mag worden geïnterpreteerd ‘’as limiting or derogating from any of the human rights and fundamental freedoms, which may be ensured under the laws of any High Contracting Party ......".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c, en de alinea staat in dat document op bytes 22063 tot 23340.