Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960, ECLI:NL:PHR:1960:3.
Art. 18, eerste lid, der Vestigingswet Bedrijven 1954 bepaalt, dat de Minister van Economische Zaken in overeenstemming met de Minister, ‘’wie het mede aangaat", de voorwaarden vaststelt, waaraan voor het verkrijgen van een vergunning op grond van een vestigingsbeschikking moet worden voldaan. Overeenstemming tussen de Minister van Economische Zaken en de Minister, ‘’wie het mede aangaat", is derhalve vereist en voldoende voor wat aangaat de vaststelling dier voorwaarden . Betreft het evenwel de vaststelling van een verbod bij een vestigingsbeschikking en gaat het onderwerp der beschikking ook een andere Minister dan de Minister van Economische Zaken aan, dan eist de Vestigingswet Bedrijven 1954 bij art. 16, dat zodanig verbod wordt vastgesteld door èn de Minister van Economische Zaken èn de Minister, ‘’wie het mede aangaat" en wel bij gemeenschappelijke beschikking. Aan de vaststelling van zulk een verbod dient de Minister, wie het mede aangaat, derhalve rechtstreeks mede te werken, in dier voege, dat de vaststelling door hem èn door de Minister van Economische Zaken geschiedt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c, en de alinea staat in dat document op bytes 26634 tot 27870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c | shasum -a 256