Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 1960, ECLI:NL:PHR:1960:3.

Van der Hoeven komt, wanneer hij in zijn vorenaangehaald proefschrift de Grondwet en de grondrechten behandelt, tot de slotsom, dat het grondrecht zijn grenzen vindt in het godsdienstig-zedelijk beoordelingspatroon dat in de samenleving geldt, en niet in het algemeen belang zonder-meer, zodat somtijds, zo zegt hij, het grondrecht moet praevaleren, en ook praevaleert, boven het algemeen belang (diss. p. 244). Karakteristiek voor het godsdienstig-zedelijk beoordelingspatroon, dat omstreeks het midden der vorige eeuw ten aanzien van de drukpersvrijheid gold, zijn m.i. de beschouwingen van de Bosch Kemper over de gedachtenvrijheid in zijn Handleiding tot de Kennis van het Nederlandse Staatsrecht, 1865, p. 143, alwaar hij schrijft: ‘’Ieder die op zijne verantwoordelijkheid zijne meeningen door de drukpers wil openbaren, moet daartoe de ruimste gelegenheid vinden. Het beroep van uitgever, drukker en ombrenger moet aan geene belemmerende bepalingen onderworpen worden". De Bosch Kemper wijst, t.a.p. pag. 146, op de hoge betekenis van de onbeperkte drukpersvrijheid voor de intellectuele en geestelijke ontwikkeling der samenleving en citeert dan de uit de ‘’Areopagita or Plea for the liberty of Onlicensed Printing" van de dichter Milton de woorden, die ik bij dezen moge herhalen: ‘’Who kills a man kills a reasonable Creature, Gods image; but he who destroys a good book kills reason it self, kills the image of God, as it were in the eye."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2c0b190851573e354417fbdf5fba9bdd210d2d2411a9b17204d66a66210cda9c, en de alinea staat in dat document op bytes 29348 tot 30824.