Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 1960

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 1960

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 1960, ECLI:NL:PHR:1960:5.

De primaire stelling van het middel komt mij dus in ieder geval ongegrond voor. Uit hetgeen ik reeds betoogde volgt echter hetzelfde voor de subsidiaire. Immers met hetgeen het Hof uitdrukkelijk besliste omtrent de strekking van het geheel der toepasselijke voorschriften was de stelling van [eiser], over welker niet-behandeling hij klaagt, zo klaarblijkelijk onverenigbaar, dat de bedoelde beslissing tevens een voldoende motivering van de verwerping van die stelling vormt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff92e9ede2d8ffef2d99c0629a22fad7272e9d51ae85f7c892f935f568303caf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff92e9ede2d8ffef2d99c0629a22fad7272e9d51ae85f7c892f935f568303caf, en de alinea staat in dat document op bytes 16535 tot 17024.