Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 1960

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 1960

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 1960, ECLI:NL:PHR:1960:5.

Het voorwaardelijk incidentele middel van de Staat komt dus in mijn opvatting niet aan de orde. Ik zal het echter bespreken met het oog op de mogelijkheid van een ander oordeel van Uw Raad omtrent het principale. De strekking van het incidentele middel komt hierop neer, dat zelfs al zou uit het Algemeen Voorschrift op zichzelf zijn voortgevloeid wat eiser tot cassatie daaruit wil afleiden, dan toch uit artikel 4 van de gemeenschappelijke beschikking zou volgen, dat dit niet geldt voor de tijdelijke dienstverrichting bij de Koninklijke Landmacht. Ik vind het moeilijk deze stelling te beoordelen, omdat ik mij de vooronderstelling: een wettelijke regeling van de door [eiser] verdedigde strekking, nauwelijks kan voorstellen. Neem ik haar echter aan, dan zou ik het incidentele middel niet onderschrijven. In mijn zienswijze zou dan, met voor ogen de toepasselijkverklaring in artikel 2 van de beschikking (en trouwens ook in artikel 44 van de Ontwerp-Overeenkomst) van de rechtspositie der K.N.I.L.-militairen, het bepaalde bij artikel 4 onvoldoende zijn om tot volstrekte vrijheid van de Minister van Oorlog ten aanzien van alles wat de beëindiging van de dienst betreft te doen besluiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff92e9ede2d8ffef2d99c0629a22fad7272e9d51ae85f7c892f935f568303caf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff92e9ede2d8ffef2d99c0629a22fad7272e9d51ae85f7c892f935f568303caf, en de alinea staat in dat document op bytes 17030 tot 18240.