Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962, ECLI:NL:PHR:1962:2.

In eerste aanleg werd requirant, bij vonnis van de Arrondissements Rechtbank te Maastricht van 8 juli 1960, van het hem sub 2 telastegelegde vrijgesproken, terwijl hij terzake van de sub 1 en sub 3 telastegelegde en bewezenverklaarde feiten – gequalificeerd als "valsheid in geschrifte" en "inzake enige rijksbelasting voor zich zelf opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte doen, terwijl daarvan het gevolg kan zijn, dat te weinig belasting wordt geheven" – met toepassing van o.m. artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van drie maanden. Daarbij werd bepaald, dat de tijd door requirant vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf zou worden in mindering gebracht tot en met de datum van het vonnis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31, en de alinea staat in dat document op bytes 6459 tot 7447.