Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962, ECLI:NL:PHR:1962:2.

Daar tegenover zou men met Blok en Besier (Het Nederlandsche strafproces, II, p. 386 en 387) kunnen stellen, dat in artikel 476 lid 2 Sv. (evenals in het vierde lid van artikel 423 Sv.) niet wordt gesproken van het "opleggen" doch van het "bepalen" van straf, en dat het onjuist zou zijn dit voorschrift uit te leggen op de wijze zoals de Toelichting dit wil, omdat de wetgever door een wijziging toe te laten zou miskennen het stelsel dat het Wetboek van Strafrecht in zake de meerdaadse samenloop van zelfstandige feiten — waaraan de wetgever toch wel in de eerste plaats zal hebben gedacht — heeft aanvaard nl. dat van beperkte cumulatie, waarbij niet het ene feit als verzwarende omstandigheid van het andere, of omgekeerd, geldt. Een vernietiging der veroordeling ter zake een dier feiten kan dus niet — aldus Blok en Besier — motiveren, dat ten aanzien van de andere de strafsoort wordt gewijzigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31, en de alinea staat in dat document op bytes 16815 tot 17739.