Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962, ECLI:NL:PHR:1962:2.
Ik zou mij met dit betoog — dat m.i. evenzeer opgaat met betrekking tot artikel 423 lid 4 Sv. als artikel 476 lid 2 Sv. — willen verenigen en met genoemde schrijvers willen voorstaan dat bij toepassing van artikel 423 lid 4 Sv. de taak van de rechter in hoger beroep ten aanzien van het gedeelte der uitspraak waarin werd berust geen andere kan zijn dan trachten te bepalen wat de eerste rechter besliste, waarmede niet te rijmen is, dat de rechter in hoger beroep ten aanzien van het feit, dat niet aan zijn kennisneming is onderworpen een straf vaststelt, waarvan vaststaat, dat de rechter in eerste aanleg haar niet heeft gewild. Zelfs niet, zo dunkt mij, wanneer vast zou staan dat — had de eerste rechter alleen voor het ‘’andere feit" straf opgelegd — bij een juiste toepassing der wet dit straf van een andere soort had behoren te zijn dan in feite als hoofdstraf voor meerdere feiten door die rechter is opgelegd (Vgl. H.R. 4 mei 1942 N.J. 1942 No. 615) of de rechter in eerste aanleg ten onrechte artikel 56 Sr. zou hebben toegepast, met het gevolg dat in die opvatting voor het ‘’andere feit" in eerste aanleg geen straf zou zijn opgelegd. (Vgl. noot T. onder het arrest van Uwe Raad van 15 februari 1932 N.J. 1932 p. 289).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31, en de alinea staat in dat document op bytes 17745 tot 19007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31 | shasum -a 256