Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962, ECLI:NL:PHR:1962:2.
Voor wat betreft het tweede cassatiemiddel zou ik voorop willen stellen, dat — al wordt zulks in de toelichting van het middel in het midden gelaten — het Hof m.i. aan artikel 423 lid 4 Sv. geen bevoegdheid heeft kunnen ontlenen om, voor zover door dat college als straf voor het derde feit o.m. een maand gevangenisstraf werd bepaald met betrekking tot die straf de (niet door de eerste rechter toegepaste) artikelen 14 a en 14 b Sr. toe te passen, terwijl het Hof — nu dat derde feit niet aan 's Hofs kennisneming was onderworpen — daartoe m.i. evenmin grond in enig ander wettelijk voorschrift heeft kunnen vinden. Met hetgeen ter ondersteuning van het middel wordt aangevoerd, zou ik in zoverre mee willen gaan, dat — waar in de beslissing van de éérste rechter nopens de toerekening van voorlopige hechtenis bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, voor zover deze het derde feit betrof, was berust — het Hof geen vrijheid had mogen vinden omtrent die toerekening een beslissing te geven, welke niet verenigbaar was met die, welke door den eersten rechter te dien aanzien met betrekking tot de mede voor het derde feit opgelegde gevangenisstraf was gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31, en de alinea staat in dat document op bytes 19451 tot 20841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31 | shasum -a 256