Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 1962, ECLI:NL:PHR:1962:2.

Waar blijkens 's Hofs arrest requirant in elk geval van 19 februari 1960 tot 8 juli 1960 (dus langer dan 3 maanden) in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en blijkens het vonnis in eersten aanleg met betrekking tot de feiten 1 en 3 een gevangenisstraf voor de tijd van drie maanden was uitgesproken met bepaling dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van die uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf zou worden in mindering gebracht tot en met 8 juli 1960, betekent dit m.i. dat het Hof op de voor feit 3 bepaalde straf — welke, zoals hiervoren betoogd, niet anders dan onvoorwaardelijke gevangenisstraf (uiteraard voor een tijd van minder dan drie maanden) had mogen zijn — en wel voor de gehele duur der gevangenisstraf aftrek van de tijd door requirant vóór 9 juli 1960 in voorlopige hechtenis doorgebracht, had behoren toe te kennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eecd0fece106e4ac05c557263cc8bf54211fed9dbf561d8784da1e2e2398ab31, en de alinea staat in dat document op bytes 20847 tot 21857.