Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 1963

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 1 november 1963

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 1963, ECLI:NL:PHR:1963:1.

Alvorens op de eigenlijke vraag in te gaan, zou ik twee opmerkingen willen maken. De eerste is deze, Esser wijst erop, dat de vraag er een van algemener strekking is en verder gaande consequenties heeft dan haar toepassing bij auto’s. Het zijn juist voor een belangrijk deel deze verder reikende consequenties, die hem met voorbehoud tegenover het arrest van 1958 deden staan. In dit uitgangspunt heeft Esser naar mijn mening zeker gelijk. Dit betekent echter niet, dat het toeval is dat de vraag juist bij auto’s is gerezen en dat sluit niet uit, dat de bijzonderheden van de daar zich voordoende situatie de vraag als geheel in een scherper licht kunnen plaatsen dan daarop anders zou vallen. Mijn tweede opmerking betreft de uiting van de geëerde pleiter voor eiser tot cassatie, die ook tot op zekere hoogte bij Esser is te vinden: dat het van geen belang is, hoe het komt, dat in gevallen als deze zulk een zo aanmerkelijke waardevermindering overblijft. Dit zou ik niet onderschrijven. Ik meen dat opsporing van die oorzaken tot verheldering van inzicht in de gehele vraag kan bijdragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe51322d4207853b5d39e9e4676a68174f07041c825055e71d601060b2abf1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe51322d4207853b5d39e9e4676a68174f07041c825055e71d601060b2abf1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 7276 tot 8388.