Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 1963
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 1 november 1963
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 1963, ECLI:NL:PHR:1963:1.
Intussen, zover ga ik zeker met Esser mee, dat ik de leer van onze rechtspraak en wetenschap omtrent de berekening van te vergoeden schade in het algemeen als uitgangspunt zou willen nemen. De moeilijkheid is intussen, dat die leer nog geenszins tot in alle bijzonderheden vaststaat. Het bekende arrest van 18 november 1937, N.J. 1938, no. 269 (met noot E.M.M.) spreekt zich ten duidelijkste uit voor de zogenaamde abstracte schadeberekening als minimum der vergoeding. Dit echter bij wanpraestatie op het stuk van levering van soortzaken met een vaststaande merkprijs, waarbij deze leer wel bij uitstek aangewezen schijnt en waarvoor zij dan ook in de literatuur algemeen wordt aanvaard. Het arrest van 29 januari 1942 getuigt dunkt mij van een bereidheid dezelfde leer ook buiten dit gebied toe te passen, namelijk in dit geval bij een onrechtmatig ontnemen van goederen. Echter is daar de vraag met een bewijsrechtelijke vermengd. In abstracte geest – en dit schijnt mij veelzeggend – is ook Uw arrest van 4 maart 1899, Stbl. 128. Van minder belang schijnen mij de arresten van 17 februari 1956, N.J. 1956, no. 127, dat over toepassing van de vrij sterk afwijkende regeling van artikel 634 B.W. gaat, en dat van 25 januari 1957, N.J. 1957, no. 114, waar de onvoldoende van de stellingen van de eiser beslissend was. Wat de schrijvers betreft, deze nemen een, vooral in verhouding tot het aanzienlijke belang van de vraag, merkwaardig reserve in acht (Asser Rutten III 1, blz. 205 en III 2, blz. 478 Hofmann -Drion – Wiersma, blz. 137 e.v.; van Brakel I, 3de dr; §§ 58 en 504. Alles te zamen genomen maken zij de indruk de leer van de abstracte schade als minimum te aanvaarden, behoudens uitzonderingen voor zeer bijzondere gevallen. Op de ruimste schaal nemen deze vermoedelijk aan Hofmann – Drion – Wiersma, speciaal voor gevallen als shet onze, waar zij beslissende betekenis toekennen aan de vraag: of de eiser de beschadigde zaak als gebruiker dan wel als handelaar, bezat, een onderscheiding waarvan de grondslag mij niet aanstonds duidelijk is, wanneer men bedenkt, dat er voorwerpen zijn, waaronder juist niet zeer oude auto’s ten aanzien waarvan ook de meeste gebruikers de gedragslijn volgen van ze te eniger tijd in te ruilen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe51322d4207853b5d39e9e4676a68174f07041c825055e71d601060b2abf1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe51322d4207853b5d39e9e4676a68174f07041c825055e71d601060b2abf1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 8394 tot 10663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe51322d4207853b5d39e9e4676a68174f07041c825055e71d601060b2abf1eb | shasum -a 256