Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 1963

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 1 november 1963

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 1963, ECLI:NL:PHR:1963:1.

Een andere overweging komt, zo meen ik, deze gevolgtrekking versterken. De betekenis van onze vermogensbestanddelen – behalve die met louter affectiewaarde – gaat nimmer op in hun gebruikswaarde, ook dan niet, wanneer het ons in normale omstandigheden alleen om deze laatste te doen is. Altijd is ons belang bij hen mede gelegen in de mogelijkheid om ze, als dit tot dekking van andere behoeften nodig is, te gelde te maken of tot onderpand te doen strekken. Dit belang nu, is door een vermindering van ruilwaarde in ieder geval voorshands aangetast, ook dan wanneer op het ogenblik dier vermindering, geen voornemen tot vervreemding of verpanding bestaat. Vergoeding van deze aantasting kan men zich moeilijk in andere vorm denken dan in die van betaling van het bedrag der waardevermindering. De vermogensvermeerdering, die de benadeelde, die de zaak blijft gebruiken, na verloop van tijd zal kunnen constateren, is tenslotte niets anders dan een besparing, die hij heeft bereikt door zich te vergenoegen met het gebruik van een voorwerp, waarvan het gebruik algemeen als minder begerenswaardig wordt getaxeerd dan dat van hetzelfde voorwerp vóór de beschadiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe51322d4207853b5d39e9e4676a68174f07041c825055e71d601060b2abf1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe51322d4207853b5d39e9e4676a68174f07041c825055e71d601060b2abf1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 16001 tot 17185.