Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1964
Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1964
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1964, ECLI:NL:PHR:1964:AC4462.
De stellingen in haar algemeenheid, waarop de eerste twee, de materiële onderdelen van het cassatiemiddel in deze berusten kan ik aanvaarden. Niet echter heeft de geëerde pleiter voor eiser mij kunnen overtuigen, dat het Hof die stellingen heeft miskend. Met eiser tot cassatie ga ik er van uit, dat naar ons geldende recht nietigheid van een overeenkomst – in dit geval die waarbij [eiser] een optie tot het kopen van het huis van [verweerster] bedong – op grond van misbruik van omstandigheden – gelijk het Hof hier onmiskenbaar heeft aangenomen – als vereisten heeft het samenlopen van enerzijds omstandigheden, met behulp waarvan de ene partij de wil van de andere kan beínvloeden, anderzijds een voor de andere partij zo nadelige inhoud van de overeenkomst, dat men redelijkerwijze niet zou kunnen verwachten, dat die partij daarmee zonder druk der omstandigheden zou hebben ingestemd. Met eiser kan ik ook nog eens zijn, dat, gelijk de grondstelling is van onderdeel 2, een bijzonder groot voordeel uit de overeenkomst voor de eerste partij nog niet geheel vanzelf een ernstig nadeel van de andere partij behoeft mee te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fd2cd6dc95a67f9c2593a8f79e12e99e2c04222355626fac97e22ace313312d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fd2cd6dc95a67f9c2593a8f79e12e99e2c04222355626fac97e22ace313312d, en de alinea staat in dat document op bytes 4409 tot 5567.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fd2cd6dc95a67f9c2593a8f79e12e99e2c04222355626fac97e22ace313312d | shasum -a 256