Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 1966
Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 1966
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 1966, ECLI:NL:PHR:1966:AB6689.
Eiser gaat er hier van uit dat de bevoegdheid van de President om van de ingestelde vordering kennis te nemen moet worden beoordeeld naar deze maatstaf: of het geschil en/of de beslissing op het geschil al of niet betrekking had op een voorziening bij voorraad en/of strekte tot een voorziening bij voorraad. Maar dit uitgangspunt is niet in overeenstemming met de regel dat de bevoegdheid van de rechter moet worden beoordeeld naar de ‘’de vordering zoals die bij dagvaarding is ingesteld’’, en niet ‘’naar het geschil, zooals het zich ten gevolge der verwering tussen partijen heeft ontwikkeld’’ (H.R. 16 juni 1893, W. 6263). De bevoegdheid van de rechter hangt, zo overwoog de Hoge Raad bij arrest van 31 jan. 1908 (W. 8654), ‘’alleen af van den aard der vordering zoals zij bij dagvaarding is ingesteld’’, behoudens de uitzonderingen genoemd in de artt. 38, no. 2, en 41 der wet R.O., uitzonderingen, welke, naar het oordeel van de Hoge Raad, niet mogen worden uitgebreid. Voor ‘’de aard der vordering’’, waarvan in laatstgenoemd arrest sprake is, is bepalend ‘’de inhoud der vordering’’ zelve en niet naar de daartegen gevoerde verdediging (H.R. 13 maart 1868, Rechtsgel. Bijbl. 1869, p. 1).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b35fc8ff3d66dcf14181ddf0def4fe911ffa491d269563920edc311644c525b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b35fc8ff3d66dcf14181ddf0def4fe911ffa491d269563920edc311644c525b2, en de alinea staat in dat document op bytes 4970 tot 6219.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b35fc8ff3d66dcf14181ddf0def4fe911ffa491d269563920edc311644c525b2 | shasum -a 256