Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 1966
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 1966
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 1966, ECLI:NL:PHR:1966:AB6689.
In onderdeel 2 wordt uit het oog verloren dat, ook al zouden het bestreden arrest en het daarbij bekrachtigde vonnis beslissingen behelzen omtrent de plicht van [eiser] om te leveren en te transporteren, de rechter in kort geding zich niet van zulke beslissingen behoeft te onthouden, omdat het de rechter vrijstaat ‘’bij de motiveering, waarom hij een bepaalde voorziening toewijst, zijn oordeel te geven omtrent de rechtsverhouding van partijen’’ (arr. H.R. 14 febr. 1946, N.J. 1947, no. 155, n. E.M.M.). Meijers verwijst in zijn noot op dit arrest naar p. 82 van zijn ‘’Kort Geding’’, alwaar sprake is van de onbevoegdheid van de rechter in kort geding tot het geven van een declaratoir van rechten. In het dictum van zijn vonnis heeft de President zich echter onthouden van een declaratoire uitspraak, waarbij ik er aan herinner dat een declaratoir vonnis een vonnis is ‘’waarbij de rechter volstaat met het geven van eene verklaring omtrent den rechtstoestand van partijen, zonder dat dit vonnis tevens eene veroordeeling bevat, of tevens wijziging van den rechtstoestand van partijen met zich brengt’’, Scheltema, Het declaratoor vonnis, Verspr. Geschr. p. 615.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b35fc8ff3d66dcf14181ddf0def4fe911ffa491d269563920edc311644c525b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b35fc8ff3d66dcf14181ddf0def4fe911ffa491d269563920edc311644c525b2, en de alinea staat in dat document op bytes 12772 tot 14014.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b35fc8ff3d66dcf14181ddf0def4fe911ffa491d269563920edc311644c525b2 | shasum -a 256