Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 januari 1966
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 6 januari 1966
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 januari 1966, ECLI:NL:PHR:1966:AC4636.
Naar ik aanneem bedoelt het Hof met “de wilsverklaring van de man”, de wilsverklaring van [betrokkene 1] waarvan sprake is in de vorenaangehaalde overweging van de Rechtbank, te weten “een enkele wilsverklaring van deze ( [betrokkene 1] ), als door [verweerster] gesteld, dat hij haar die goederen schonk”, terwijl de Rechtbank met “die goederen” kennelijk bedoelt: de goederen die zich op het ogenblik der beweerde schenking in de woning te [plaats] bevonden. Door die wilsverklaring zou dan volgens het Hof [verweerster] het bezit dezer goederen hebben verkregen en zou de man, wijlen [betrokkene 1] , medegebruiker die goederen (en dus niet bezitter of mede-bezitter) zijn gebleven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7e2b7cb262ae0217ed2e3abd66488ea521b745b307762685249e829746d14b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7e2b7cb262ae0217ed2e3abd66488ea521b745b307762685249e829746d14b4, en de alinea staat in dat document op bytes 6323 tot 7034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7e2b7cb262ae0217ed2e3abd66488ea521b745b307762685249e829746d14b4 | shasum -a 256