Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 januari 1966
Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 6 januari 1966
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 januari 1966, ECLI:NL:PHR:1966:AC4636.
De Rechtbank heeft in haar interlocutoir van 3 april 1964, in zake rolnr. 63.2728 van [eiser] , als eiseres, contra [verweerster] , als gedraagde, geoordeeld dat, indien [verweerster] en wijlen [betrokkene 1] als man en vrouw in de woning te [plaats] samen woonden, de goederen, “die zich daar bevonden op het ogenblik der schenking”, reeds “in de feitelijke macht waren van [verweerster] , al deelde zij die macht met [betrokkene 1] ”, zomede: “In die omstandigheid zou een enkele wilsverklaring van deze, als door [verweerster] gesteld, dat hij haar die goederen schonk, reeds voldoende zijn haar door schenking eigenaar der goederen te maken”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7e2b7cb262ae0217ed2e3abd66488ea521b745b307762685249e829746d14b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7e2b7cb262ae0217ed2e3abd66488ea521b745b307762685249e829746d14b4, en de alinea staat in dat document op bytes 4280 tot 4953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c7e2b7cb262ae0217ed2e3abd66488ea521b745b307762685249e829746d14b4 | shasum -a 256