Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 1968
Alinea 8 Parket bij de Hoge Raad 19 september 1968
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 1968, ECLI:NL:PHR:1968:AB6079.
In het belang der wet heb ik de eer mij in cassatie te voorzien van het hierbij overgelegd in kracht van gewijsde gegane vonnis van de Rechtbank te Amsterdam van 19 januari 1967, waarbij de Rechtbank [veroordeelde] heeft veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf waanvan vier maanden voorwaardelijk (proeftijd drie jaar) met als bijzondere voorwaarde, dat veroordeelde, binnen 12 uur na zijn invrijheidstelling Nederland verlaat en daarin binnen de proeftijd niet terugkeert. Ik meen, dat de Rechtbank door het stellen van deze bijzondere voorwaarde art. 14 c lid 2 Sr. heeft geschonden, omdat het nl. niet is een toelaatbare bijzondere voorwaarde, welke het gedrag van de veroordeelde betreft in de zin zoals zulks in voormeld artikellid moet worden verstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfa05b4d41308a1683aeb9c02d5fea43dcc16b9e26ac0aec35618207ce77e3b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfa05b4d41308a1683aeb9c02d5fea43dcc16b9e26ac0aec35618207ce77e3b4, en de alinea staat in dat document op bytes 4223 tot 5000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfa05b4d41308a1683aeb9c02d5fea43dcc16b9e26ac0aec35618207ce77e3b4 | shasum -a 256