Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1968

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1968

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1968, ECLI:NL:PHR:1968:AC4232.

Rutten, Devolutieve werking van het appel, citeert, handelend over het voorbijgaan van grieven (p. 170 e.v.), het arrest van Uw Raad van 9 dec. 1932, N.J. 1933, p. 300, n. E.M.M., als voorbeeld van een geval waarin aan aangevoerde grieven mag worden voorbijgegaan, indien de appelrechter van oordeel is dat de aangevochten beslissing moet worden bevestigd op andere gronden dan die waarop de eerste rechter zijn beslissing had doen rusten. De Hoge Raad heeft bij dit arrest, t.a.v. middel IV echter niet meer beslist dan dat de appelrechter zijn motiveringsplicht niet verzaakt wanneer deze de aangevallen beslissing bevestigt op andere gronden dan die welke de eerste rechter daarvoor had gebezigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4b79a21389cd44da2ffc39e6cc402d42034dc782d59bf50a7e3246c595cf53e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4b79a21389cd44da2ffc39e6cc402d42034dc782d59bf50a7e3246c595cf53e, en de alinea staat in dat document op bytes 14129 tot 14842.