Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1968

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1968

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 1968, ECLI:NL:PHR:1968:AC4232.

De gerequestreerde heeft ter bestrijding van middel II betoogd dat de Rechtbank, ‘’het argument gegrond oordelende, dat door de Kantonrechter buiten behandeling was gelaten’’, aldus de grenzen van het hoger beroep niet heeft overschreden. Met het argument, dat de Rechtbank gegrond zou hebben geoordeeld, bedoelt gerequestreerde kennelijk het in o.v. 16 vermelde ‘’formele’’ bezwaar van [gerequesteerde] tegen de ontslagbesluiten. Ik voor mij vermag dit standpunt van de gerequestreerde niet te rijmen met de door Uw Raad erkende regel dat de rechter in hoger beroep zich heeft te bepalen tot de beoordeling van de gegrondheid der aan hem voorgelegde grieven. Nog vermeld ik in dit verband dat volgens Rutten, o.c.p., 160 e.v., ook bij de uitoefening van vrijwillige rechtspraak als algemene regel geldt: tantum devolutum quantum appellatum.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4b79a21389cd44da2ffc39e6cc402d42034dc782d59bf50a7e3246c595cf53e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4b79a21389cd44da2ffc39e6cc402d42034dc782d59bf50a7e3246c595cf53e, en de alinea staat in dat document op bytes 15955 tot 16826.